SOS Vermist helpt bij vermissingen

Het nieuwe onderzoeksplatform SOS Vermist wil met een team specialisten hulp bieden bij serieuze vermissingen, als alternatief voor naspeuringen door de politie. Het platform is deze maand opgericht, maakte SOS Vermist maandag bekend. Via een website en sociale media kan informatie over vermisten worden gedeeld, verspreid of doorgegeven.

SOS Vermist wil zijn diensten aanbieden zodra achterblijvers het gevoel krijgen dat de politie niet snel genoeg handelt, zeggen de initiatiefnemers, de Leidse advocaten Sébas Diekstra en Robert van der Laan.

Zij hebben een team van speurhondenbegeleiders, deskundigen op het gebied van digitale naspeuringen (via mobieltjes of computers) en forensische opsporing alsmede oud-rechercheurs samengesteld. Die inzet is kosteloos, aldus SOS Vermist.

Diekstra zegt uit ervaringen met cliënten te hebben gemerkt „dat de politie te vaak te lang stilzit”.

De politie zegt in een reactie dat op basis van ervaringen in 80 procent van de gevallen binnen 24 tot 48 uur duidelijk is waar de vermiste zich bevindt. Om die reden wordt niet altijd alarm geslagen bij de 40.000 vermissingen die jaarlijks worden gemeld. Wel erkent een woordvoerder dat het beoordelen van die gevallen „een moeilijke afweging is”. Soms hebben vermisten ook even tijd nodig om alleen te zijn, aldus de politie. De woordvoerder zegt begrip te hebben voor de verontrusting bij achterblijvers. De politie staat daarom particuliere initiatieven niet in de weg, zoals zoekacties via sociale media.

SOS Vermist zegt niet het werk van de politie te willen overnemen. „Ons doel is achterblijvers direct te kunnen ondersteunen als de politie de ernst anders inschat dan dat zij dat doen.”

Volgens Diekstra handelt de politie niet altijd meteen „omdat de meerderheid van de vermisten binnen 48 uren weer terecht is”. De advocaat, die eerder het initiatief nam om vergeten moorden (cold cases) te onderzoeken en betrokken is bij het SBS6-programma ‘Moord of Zelfmoord’, vindt dat de eerste uren van vermissing juist belangrijk zijn als er wel iets ernstigs aan de hand is. „Daarom kun je maar beter een keer te vaak uitrukken dan te weinig.”

(ANP)